Budget
Per leerling
Dit is de tab waarop de budgetaanvraag wordt opgesteld. Hij beantwoordt drie vragen achter elkaar: wat kost een leerling nu, wat moet er dit jaar gekocht worden, en wat wordt het volgend jaar als de leerlingen doorstromen.
De kaart Per leerling
Linksboven staat het bedrag waar alles om draait: de gemiddelde kosten per leerling, met de afwijking van de norm ernaast. Groen is eronder, rood erboven. Eronder staat kleiner de inkoopkant met het kortingspercentage.
De kaart bestaat uit drie stukken:
- De norm. Een as met de norm in het midden en de school als stip. Het gevulde stuk loopt van de norm naar de stip, zodat de afstand een lengte is en niet alleen een positie.
- De samenstelling. Eén balk over de volle breedte, verdeeld in verbruik en bruikleen, met beide bedragen eronder. Hier staat géén norm in — die vraag is hierboven al beantwoord.
- De cohorten. Elk cohort met een lijst als een stip, uitgezet tegen dezelfde norm. Een grote stip is een groot cohort. Beweeg over een stip voor de details: leerlingen, productregels, per leerling, verschil met de norm, verbruik, bruikleen en de totale kosten.
Aan de spreiding zie je meteen of het gemiddelde iets betekent. Liggen alle stippen dicht op elkaar, dan is het een goed gemiddelde. Ligt er één zwaar cohort ver rechts, dan is dát het gesprek — niet het gemiddelde.
Onder de as staat wat er van de norm vastligt: licenties en bundels worden niet ingenomen en er valt niets aan af te schrijven, dus die drukken elk jaar volledig. Dat verklaart waarom een school onder de norm kan blijven zonder dat er iets te kiezen viel — zonder die regel leest dat als zuinigheid. Zie Herbruikbaarheid.
Het gemiddelde bij ontbrekende lijsten
Zijn er cohorten zonder leermiddelenlijst, dan rekent Wimpel het gemiddelde over de leerlingen die wél een lijst hebben. De voetregel van de kaart noemt beide aantallen. Zou het over alle leerlingen gaan, dan drukken de onbekende cohorten het bedrag omlaag en lijkt de school zuinig terwijl er simpelweg gegevens ontbreken.
De kaart Dit jaar
Rechts staan de twee schoolbedragen onder elkaar, met de verhouding ertussen op de scheidingslijn.
Jaarlast
Verbruik volledig, plus 1/4 van de hele bruikleencollectie. Onder de balk staat die som uitgeschreven met de werkelijke bedragen erin.
De afschrijftermijn staat onderaan de kaart en is te verzetten tussen 3 en 8 jaar. Dat verzetten gebeurt direct in het scherm — er wordt niets opnieuw opgehaald. De termijn geldt voor de hele pagina, dus ook voor de vaktab en voor de export.
Kasbehoefte
Verbruik volledig, plus alleen de bruikleen die er nog niet is. Wat al op de plank ligt of dit jaar terugkomt van leerlingen, gaat eraf. Dat afgetrokken bedrag staat apart onder de balk als al in bezit, met een gestreepte staart in de balk zelf.
De regel ertussen
Tussen de twee bedragen staat één zin die hun verhouding uitlegt, bijvoorbeeld "€ 26.000 meer kas dan kosten — de kas betaalt bruikleen in één keer, de kosten nemen er 1/4 van". Staat de kas juist lager, dan zegt de zin dat er dit jaar weinig bruikleen bijgekocht wordt terwijl de kosten de hele collectie blijven dragen.
Valt de voorraad even weg?
De voorraadstanden komen uit Dynamics. Is die tijdelijk niet bereikbaar, dan rekent Wimpel alsof er niets ligt. De kasbehoefte valt dan te hóóg uit — de veilige kant, want een budget dat te laag is ingediend is lastiger te repareren dan een dat ruim zit.
Waarschuwingen
Onder de kaarten verschijnt een amberkleurig blok Let op bij zodra er reden is de onderbouwing te controleren:
- Opvallend laag bedrag — minder dan de helft van de norm per leerling. Dat komt bijna altijd door ontbrekende leermiddelenlijsten, niet door scherp inkopen.
- Productregels zonder prijs — met het aantal en het dekkingspercentage. Het werkelijke bedrag ligt dan hoger dan wat er staat.
Het dekkingspercentage wordt naar beneden afgerond: 99,6% wordt 99%, want "100% dekking" met openstaande regels leest als "alles klopt" en dat is precies wat het dan niet is.
Volgend jaar
Onder de kaarten staat een werkblad in plaats van een kengetal: links vul je in, rechts staat de uitkomst.
De doorstroomregel
De aantallen in de kolom Volgend jaar zijn al ingevuld: de leerlingen van leerjaar 2 zijn volgend jaar leerjaar 3. Dat is het vertrekpunt van elke raming, geen knop die je aan hoeft te zetten.
Twee percentages sturen die regel:
| Veld | Wat het doet |
|---|---|
| % gaat over | Welk deel van een cohort volgend jaar in het volgende leerjaar zit |
| % blijft zitten | Welk deel volgend jaar in hetzelfde leerjaar zit |
Wat overblijft verlaat de school (afstroom, verhuizing, uitval). Dat restant staat er als leeshulp achter en wordt verder niet meegerekend. Komen de twee percentages samen boven de 100 uit, dan meldt het scherm dat — het corrigeert niets stilzwijgend.
De knop Herstel zet de percentages en de hele tabel terug naar de afgeleide stand.
Wat Wimpel niet invult
Twee soorten cohorten laten zich niet afleiden en blijven daarom leeg, met een amberkleurige rand om het veld:
- Leerjaar 1 en nieuwe opleidingen. De instroom komt van buiten en die kennen wij niet.
- Cohorten zonder opvolger. Dat zijn eindexamenklassen (die stromen terecht uit) én dakpanklassen die splitsen — een havo/vwo 1 wordt geen havo/vwo 2. Die twee zijn niet betrouwbaar uit elkaar te houden, dus dat laat Wimpel aan de school.
Wat de rand om een invoerveld betekent
| Rand | Betekenis |
|---|---|
| Dun, grijs | Uit de doorstroomregel gerold. Overschrijf gerust. |
| Dik, paars | Zelf ingevuld. Hier heeft iemand een oordeel gegeven. |
| Dik, amber | Leeg — leerjaar 1 en nieuwe opleidingen hebben geen bron. |
| Waarschuwingsicoon, geen veld | Dit cohort heeft geen leermiddelenlijst, dus er zijn geen kosten om te ramen. Het aantal staat er wel, maar telt niet mee in het bedrag. |
Dat onderscheid staat er niet voor de sier: bij een aanvraag wil je een maand later kunnen navertellen welk getal uit de regel rolde en waar iemand zelf een inschatting heeft gemaakt. In de export staat het als aparte kolom Herkomst.
De uitkomst
Rechts staat wat volgend jaar kost, met daaronder het bedrag per leerling en het verschil met dit jaar. De prijzen van dit jaar blijven daarbij staan — het verschil is dus volledig de samenstelling van de school, niet een prijsstijging.
De voortgangsbalk eronder telt cohorten, niet leerlingen: hoeveel cohorten met een lijst zijn ingevuld, hoeveel staan er nog leeg, en hoeveel hebben geen lijst.
De cohortentabel
Onderaan staat elk cohort op een rij. De tabel valt in twee helften uiteen, en de koprij erboven zegt waar elke helft op rust:
- Links — uit de inschrijvingen. Geteld, niet geraamd.
- Rechts — raming op de lijsten van dit jaar. Een raming die staat of valt met de aanname dat de lijsten niet veranderen. Deze helft heeft een licht getinte achtergrond.
| Kolom | Betekenis |
|---|---|
| Cohort | Niveau, leerjaar en kenmerk |
| Leerlingen | Het aantal ingeschreven leerlingen |
| Per leerling | Verbruik plus afgeschreven bruikleen |
| vs norm | Het verschil met het normbedrag, groen onder en rood boven |
| waarvan bruikleen | Het bruikleendeel van dat bedrag, per leerling |
| Kosten | Het cohorttotaal |
| Kasbehoefte | Wat er voor dit cohort gekocht moet worden |
| Leerlingen (volgend jaar) | Het invoerveld |
| Kosten (volgend jaar) | Wat dat aantal kost, met het percentage verandering ernaast |
Klik een rij open voor de opsplitsing per vak, met de herkomst van het bedrag per leerling erboven.
De totaalregel blijft onderin staan bij het scrollen; de koprijen blijven bovenin.
Een cohort zonder lijst staat op streepjes
Cohorten waarvoor geen leermiddelenlijst bestaat krijgen in elke geldkolom een streepje in plaats van € 0,00. Nul euro met een groen verschil ter grootte van het hele normbedrag ernaast leest als "ruim binnen de norm", terwijl we eenvoudigweg niet weten wat die leerlingen kosten.
Rechten
Rechten vereist
Voor het budget heb je het recht Budget — lezen (budget:read) nodig. Zie Budget en Rollen en rechten.
Ging er iets mis?
Je leermiddelencoördinator of applicatiebeheerder kan je verder helpen en neemt indien nodig contact met ons op. In dit artikel leggen we uit wat je nog meer kunt doen.