Budget

Herbruikbaarheid

Bruikleen is de kern van de strategie: koop één keer, geef vier jaar uit. Maar niet elk leermiddel kán bruikleen worden — een werkboek wordt volgeschreven, een licentie verloopt. Er zit dus een plafond op, en zonder dat plafond meet je de collectie af tegen een opgave die ze nooit had.

Deze as staat op bestuursniveau: je komt er via de kaart Herbruikbaarheid op Budget, die zijn kopcijfer al op de kaart toont. Bovenaan de pagina staat een balk met de zusassen en met de link naar de volledige scholenlijst.


Vier soorten leermiddelen

Deze indeling vervangt "digitaal tegenover fysiek". Die tweedeling zette een werkboek naast een bruikleenboek omdat ze allebei papier zijn, terwijl het ene wordt volgeschreven en het andere vier jaar meegaat. De as die telt is herbruikbaarheid, niet de drager.

SoortKan bruikleen worden?Jaarlast
BruikleenIs het al — fysiek, wordt ingenomen1/4 van de aanschaf
BundelHet boek wel, maar het is niet los te kopenvolledig
VerbruikNee, wordt volgeschrevenvolledig
LicentieNee, verlooptvolledig

Wimpel leidt de soort af uit het producttype en het kenmerk herbruikbaar. Staat er geen type vast, dan telt het product als onbekend en blijft het buiten het plafond — de veilige kant, want een plafond dat te hoog staat maakt de dekking kunstmatig slecht.

De kleuren zijn twee families: magenta is wat bruikleen kan worden (vol voor bruikleen, gedempt voor bundel), blauw is wat dat nooit wordt (vol voor verbruik, gedempt voor licentie).


De drie kaarten

Plafond van bruikleen

Hoeveel van de aanschaf ooit in de collectie kan komen. Dat is geen getal maar een bandbreedte, en dat is de bevinding — geen slap compromis.

12% — 42% van de aanschaf kan ooit bruikleen worden

Van het boekdeel van een bundel is namelijk niet te bepalen of het een leerboek is (herbruikbaar) of een werkboek (wordt volgeschreven). Bijna twee derde van de namen zegt daar niets over, en naam en bruikleenvlag spreken elkaar tegen. Meetellen maakt de dekking kunstmatig slecht, weglaten kunstmatig goed — en beide fouten zijn onzichtbaar.

De balk heeft daarom zeven segmenten, in volgorde van herbruikbaarheid. Het onbekende deel is gestreept: die streep leest als "hier weten we het niet", waar een effen kleur een keuze zou suggereren die niemand heeft gemaakt. Boven de balk loopt een beugel — doorlopend tot de ondergrens, gestreept tot de bovengrens.

Daaronder staan de drie kennislagen met hun bedrag: zeker herbruikbaar (de ondergrens), onbekend boekdeel (de bandbreedte zelf) en zeker niet (buiten het plafond). Die drie tellen op tot de aanschaf.

Het punt zit in de noemer. Dezelfde bruikleen is een heel ander getal afhankelijk van waar je door deelt: 8,5% van de begroting, of 21%—72% van het plafond. Delen door materiaal dat geen bruikleen kán worden, laat de collectie falen in een opgave die ze nooit had.

De laagste dekking hoort bij het hoogste plafond

Dat is kruislings, en makkelijk te verwisselen. Meet je af tegen het ruimste plafond, dan is de dekking het laagst — daar zit immers het meeste materiaal in dat mogelijk herbruikbaar is.

De bundelklem

Boekwaarde die bruikleen zou kunnen zijn maar in jaarpakketten zit. Als bundel wordt het hele pakket elk jaar betaald; los ingekocht draagt het boek maar een kwart. Het verschil is wat de bundelvorm per jaar kost.

Daaronder staat de verdeling per uitgever, en dat is de kern van dit scherm: het is de enige plek waar de vraag "lever het boek los" een adres krijgt. Eén gesprek met één uitgever geldt voor alle scholen tegelijk — en dat is precies waarom deze as op bestuursniveau staat en niet per school.

Meerjarige licenties

Amber, en tijdelijk. Loopt een licentie meer dan een jaar, dan is "digitaal komt elk jaar terug" onwaar: hij drukt nu volledig op één jaar terwijl hij over zijn looptijd hoort te worden verdeeld, net als bruikleen.

Dit is een rekenfout, geen kengetal

Zodra de jaarlast zelf gerepareerd is, hoort deze kaart te verdwijnen — een scherm dat een fout blijft tonen, maakt de fout permanent. Repareren raakt de Jaarlast op de leerlingtab en op de vaktab, dus dat gebeurt pas na een meting van hoe vaak het werkelijk voorkomt.


Het boekdeel is gemeten, geen schatting

Een combi is één EAN met één prijs, maar de onderdelen liggen vast: per combi is bekend welk deel fysiek is en welk deel digitaal. Waar die onderdelen een prijs hebben, tellen ze exact op tot de pakketprijs — dan is het boekdeel geen aanname maar een meting.

Neue Kontakte 7e ed vmbo-gt 3 FLEX Deutschbuch + online — € 44,01 → fysiek € 26,50 + digitaal € 17,51 = € 44,01

Op de dev-cijfers is dat 60,6%, gemeten over 39,3% van de bundelwaarde en over de rest doorgetrokken. Er is dus geen schakelaar meer: scherm en export rekenen hoe dan ook hetzelfde.

Wat we nog moeten vragen

Voor de titels waarvan de bundelonderdelen geen prijs hebben, staan er twee vragen aan de uitgever — en de tweede is de belangrijkere:

  1. Wat kost het boek los, en wat de licentie?
  2. Is het boek los te bestellen, en bestaat het uit een leerboek, een werkboek of beide?

Die tweede staat in geen enkel veld en bepaalt hoe smal de bandbreedte wordt. Een bundel is soms los bestelbaar en soms niet, en dat verschil bepaalt of dit een onderhandeling is of een brancheprobleem. De lijst staat als eigen blad in de export, invulbaar voor de uitgever.

De tabel per school

KolomBetekenis
AanschafDe volle prijs van alles wat op een lijst staat
WaaruitDe vier soorten als balk. Alle balken staan op dezelfde schaal, dus de lengte zegt ook iets over de omvang.
PlafondWelk aandeel van de aanschaf ooit bruikleen kan worden
DekkingHoeveel van dat plafond al bruikleen ís
BundelklemBoekwaarde die in jaarpakketten vastzit
Vast v/d normWat licenties en bundels per leerling kosten, als aandeel van het normbedrag

Deze tabel mengt twee prijzen, en dat staat eronder

Aanschaf, Plafond en Dekking rekenen met de verkoopwaarde. Plafond en Dekking zijn verhoudingen binnen de aanschaf — teller en noemer schuiven samen — en het boekdeel van een bundel heeft geen inkoopkant, dus kunnen ze niet mee.

Vast v/d norm rekent met de inkoopprijs zodra het schooljaar daarop staat, want dat getal wordt tegen het normbedrag gelegd en dat is een vergelijking met iets van buiten. Op één gemeten bestuur scheelde dat 100,5% tegen 86,1% — genoeg om de 100% te passeren, en "meer dan het hele normbedrag zit vast in jaarpakketten" is een ander verhaal dan 86%. Onder de tabel staat een regel die dit benoemt.

Het plafond verschilt per school, want het volgt uit wat de secties hebben gekozen. Een school op 73% dekking en een op 51% verschillen in materiaalkeuze, niet in hoe goed iemand zijn kast beheert. Zonder plafond zou die vergelijking oneerlijk zijn — en dat is precies waarom dit een eigen as verdient.

Geen plafond betekent een streepje, geen 0%

Een school met alleen verbruiksmateriaal heeft geen plafond en dus geen dekking. Daar staat een —. Nul dekking op een plafond van nul is geen slechte prestatie maar een opgave die die school nooit had.

Scholen zonder leermiddelen tellen hier niet mee in het plafond. Het voorbehoud daarover staat op Budget en niet nog een keer hier: één formulering over dezelfde scholen, anders lopen de twee schermen uit elkaar.


Waar dit terugkomt op het schoolscherm

De cijfers verdwijnen niet uit het schoolscherm. Ze staan daar op de plek waar ze een bestaand getal verklaren:

  • Per leerling — onder de norm-as staat wat er van het normbedrag al vastligt: licenties en bundels drukken elk jaar volledig. Dat verklaart waarom een school onder de norm kan blijven zonder dat er iets te kiezen viel.
  • Per uitgever — de kolom Bundel: welk deel van wat je bij een uitgever afneemt als jaarpakket komt. Een uitgever die alleen pakketten levert houdt de collectie klein, en dat is een duurdere afspraak dan een procent korting minder.
  • Per vak — de kolom Materiaal toont de vier soorten als balk: hoeveel van dat vak ooit bruikleen kan worden.

In de export

Rechtsboven staat Exporteer naar Excel, op elke as-pagina op dezelfde plek — naast de schooljaarkeuze, net als op Budget en op een schoolpagina.

TabbladInhoud
Per schoolDe soorten als kolommen in euro's, plus het plafond (ondergrens én bovengrens), dekking, bundelklem en het vaste deel van de norm
Bundelklem per uitgeverHet blad dat in een onderhandeling meegaat
ToelichtingDe aannames en wat er buiten de telling valt

Een cel kan geen bandbreedte, dus het bestand neemt de ondergrens als het plafond en noemt hem zo, met de bovengrens als kolom ernaast. Een conservatief plafond kan alleen meevallen, en dat is de goede kant om een aanvraag op te bouwen. Het gemeten boekdeel, over welk aandeel het gemeten is, en de afschrijftermijn staan als kopregel — zonder die drie is geen plafond te reproduceren.


Rechten

Rechten vereist

Voor het budget heb je het recht Budget — lezen (budget:read) nodig. Zie Budget en Rollen en rechten.


Ging er iets mis?

Je leermiddelencoördinator of applicatiebeheerder kan je verder helpen en neemt indien nodig contact met ons op. In dit artikel leggen we uit wat je nog meer kunt doen.